Meest gestelde vragen

Op De Bornput komen kinderen om te leren en worden zij in die jaren ook gevormd. Daarom vinden we een stevige basis van kennis en vaardigheden belangrijk, naast de vorming tot verantwoordelijkheid en het leren samenleven. De leerkracht geeft daarin leiding en de groep is een vertrouwde plek om te leren en op te groeien. In onderstaande vragen leggen we uit welke keuzes we vanuit onze christelijke identiteit maken en wat ouders daarvan in de praktijk kunnen merken.

Ons onderwijs: waar staan we voor?

Op De Bornput willen we kinderen goed onderwijs én brede vorming geven. Een stevige basis in kennis en vaardigheden vinden we belangrijk. Onze leerkrachten geven daarom duidelijke instructie en volgen zorgvuldig wat kinderen leren en waarin zij zich ontwikkelen.

Tegelijk is onderwijs voor ons meer dan goede resultaten behalen. Kinderen groeien ook als persoon en als lid van een gemeenschap. Ze leren samenwerken, hun ontvangen gaven gebruiken en stap voor stap verantwoordelijkheid dragen voor hun leren en voor de ander.

Daarin zijn onze drie kernwaarden herkenbaar: aandacht voor ieder kind, vertrouwen in elkaar en verantwoordelijkheid die kinderen steeds meer leren dragen.

Onze christelijke identiteit vormt het fundament onder ons onderwijs. We willen kinderen goed onderwijzen en hen toerusten voor de taak en roeping die zij op hun plaats in het leven hebben.

 

Lees meer: ‘Onderwijzen en vormen’

 

Onze christelijke identiteit is niet één onderdeel van ons onderwijs naast alle andere onderdelen. Zij vormt het fundament onder de keuzes die we maken. Gods Woord en de daarop gegronde belijdenisgeschriften geven richting aan hoe we kijken naar kinderen, leren, gezag, verantwoordelijkheid en de gemeenschap.

We zien ieder kind als een schepsel van God, aan onze zorg en ons onderwijs toevertrouwd. Daarom willen we kinderen niet alleen kennis en vaardigheden meegeven, maar hen ook vormen in het omgaan met zichzelf, de ander en de wereld om hen heen. Daarbij horen waarden als verantwoordelijkheid, dienstbaarheid, gehoorzaamheid en zorg voor elkaar.

Die identiteit werkt dus door in gewone onderwijskeuzes: in de manier waarop de leerkracht leidinggeeft, hoe kinderen leren samenwerken, hoe we spreken over verantwoordelijkheid en hoe we naar de wereld om ons heen kijken.

Onze identiteit is daarom niet alleen zichtbaar in godsdienstige momenten, maar werkt door in hoe we onderwijs geven, leidinggeven en samenleven op school.

Lees meer: ‘Onderwijzen en vormen’

 

Nee. Goed leren rekenen, lezen en schrijven is een belangrijke opdracht van de school. Kinderen hebben kennis en vaardigheden nodig om zich verder te kunnen ontwikkelen. Daarom besteden we veel aandacht aan goede instructie, oefening en het volgen van de leerresultaten.

Tegelijk vinden we dat goed onderwijs méér doet. Terwijl een kind leert rekenen, lezen, samenwerken of een thema onderzoekt, wordt het ook gevormd. Het leert bijvoorbeeld doorzetten, verantwoordelijkheid dragen, omgaan met fouten, luisteren naar anderen en ontvangen talenten gebruiken. In onze visie staan leren en vormen daarom niet tegenover elkaar, maar horen ze bij elkaar.

Vanuit onze christelijke identiteit gaat vorming bovendien verder dan persoonlijke ontwikkeling. We willen kinderen leren om niet alleen te vragen: wat kan ik en wat wil ik?, maar ook: wat wordt er van mij gevraagd in de verhouding tot God en mijn naaste? We kiezen dus niet tussen goede leerresultaten óf vorming. Voor ons hoort vorming daarom niet náást goed onderwijs; zij vindt juist voor een belangrijk deel dóór goed onderwijs plaats.

 

Lees meer: ‘Onderwijzen en vormen’

 

De leerkracht, leiding en ruimte

De leerkracht heeft op De Bornput een belangrijke en veelzijdige taak. Hij of zij onderwijst, draagt kennis over en helpt kinderen vaardigheden ontwikkelen. De leerkracht weet wat kinderen moeten leren, geeft richting aan het onderwijs en zorgt voor een goede opbouw. Kinderen hoeven hun eigen leerweg dus niet zelf uit te vinden.

Tegelijk is een leerkracht meer dan degene die kennis overdraagt. Een kind mag zich gekend en gezien weten en moet erop kunnen vertrouwen dat de leerkracht er voor hem of haar is. Die relatie is niet gelijkwaardig in verantwoordelijkheid: de leerkracht is de volwassene die leidinggeeft, grenzen stelt en verantwoordelijkheid draagt voor de groep.

Ook door zijn of haar voorbeeld heeft de leerkracht een belangrijke plaats in de vorming van kinderen. Kinderen zien hoe een leerkracht met anderen omgaat, reageert op fouten, grenzen bewaakt en verantwoordelijkheid neemt.

Vanuit onze christelijke identiteit zien we dit als een bijzondere opdracht. De leerkracht geeft vanuit Bijbelse waarden onderwijs en leiding en helpt kinderen groeien in kennis, verantwoordelijkheid en dienstbaarheid. In het leraarschap komen onderwijzen, leidinggeven en nabij zijn samen en door het eigen voorbeeld draagt dit bij aan de vorming van kinderen.

We groeien naar een manier van werken waarin leerkrachten en onderwijsassistenten samen verantwoordelijkheid dragen voor het onderwijs aan meerdere groepen en ook elkaars leerlingen goed kennen. De eigen leerkracht en groep blijven voor kinderen herkenbaar.

 

Lees meer: ‘Groeien in verantwoordelijkheid’

 

 

 

Kinderen hebben ruimte nodig om te leren en geleidelijk meer verantwoordelijkheid te dragen. Duidelijke verwachtingen, structuur en leiding geven hun daarbij houvast.

De leerkracht heeft daarin een belangrijke rol. Hij of zij zorgt voor heldere verwachtingen, spreekt leerlingen aan op hun gedrag en bewaakt de rust en veiligheid in de groep. Tegelijk willen we dat ieder kind zich gekend en gezien weet en ervaart dat het erbij hoort. Binnen die kaders mogen kinderen initiatief nemen, samenwerken, bewegen en soms ook op een andere manier of plaats werken. Daarbij zijn onze kernwaarden Aandacht, Vertrouwen en Verantwoordelijkheid nauw met elkaar verbonden. We willen ieder kind zien en vertrouwen geven, maar leren kinderen ook dat hun gedrag gevolgen heeft voor anderen. Vrijheid staat daarom nooit los van verantwoordelijkheid voor de gemeenschap.

De Bornput wil een school zijn waar ruimte is om te groeien en waar duidelijke grenzen de veiligheid en rust bieden die daarvoor nodig zijn.

 

Lees meer: ‘Groeien in verantwoordelijkheid’

Jazeker. Goede instructie door een deskundige leerkracht blijft voor ons een belangrijk onderdeel van goed onderwijs. Kinderen hoeven niet alles zelf te ontdekken. De leerkracht brengt kennis over, legt uit, doet voor, oefent samen met de leerlingen en geeft richting aan het leerproces.

Tegelijk weten we dat kinderen niet alleen leren door te luisteren. Nadat een goede basis is gelegd, krijgen zij daarom ruimte om kennis actief te verwerken: door te oefenen, samen te werken, vragen te stellen, te onderzoeken en het geleerde toe te passen. Vooral binnen ons thematisch onderwijs kunnen die verschillende manieren van leren mooi samenkomen.

De rol van de leerkracht wordt daardoor niet kleiner, maar juist breder: soms geeft hij of zij duidelijke instructie, soms stelt de leerkracht een goede vraag, begeleidt het oefenen of helpt een leerling een volgende stap te zetten. Goede uitleg geeft kinderen houvast. Vanuit die basis kunnen zij steeds actiever oefenen, onderzoeken en toepassen.

 

Lees meer: ‘Onderwijzen en vormen’

We willen ons onderwijs blijven ontwikkelen, maar nieuw is niet automatisch beter. Bij iedere verandering stellen we daarom de vraag: helpt dit onze leerlingen om beter te leren en zich goed te ontwikkelen? Een nieuwe werkwijze, methode of inrichting moet passen bij onze visie én daadwerkelijk iets toevoegen aan de kwaliteit van het onderwijs.

Daarbij bouwen we voort op wat goed is. Duidelijke instructie, een deskundige leerkracht, kennisoverdracht, oefenen en een veilige groep blijven belangrijke pijlers. Nieuwe mogelijkheden, zoals thematisch werken, leerpleinen of meer aandacht voor het leerproces, zetten we doelgericht in en niet omdat ze in het onderwijs in de mode zijn.

We voeren veranderingen bovendien zorgvuldig en stap voor stap door en volgen wat ze in de praktijk betekenen. In onze oorspronkelijke visieontwikkeling hebben we dat kernachtig verwoord: ‘Kinderen zijn geen onderwerp voor experimenten.’ We vernieuwen dus niet om anders te zijn, maar ontwikkelen ons onderwijs om het beter te maken – met behoud van wat waardevol en bewezen is.

 

Lees meer: ‘Vernieuwen vanuit wat we willen behouden’

 

Zo organiseren we het leren

Geen twee kinderen zijn hetzelfde. Ze verschillen in aanleg, tempo en in wat zij nodig hebben om tot leren te komen. Daarom kijkt de leerkracht goed naar wat een kind nodig heeft en stemt het onderwijs daar waar nodig op af.

Dat betekent niet dat ieder kind een eigen programma volgt. We werken zoveel mogelijk vanuit gezamenlijke leerdoelen en een gezamenlijke basis. Binnen die basis kan de leerkracht variëren. Het ene kind krijgt extra uitleg of oefening, terwijl een ander eerder zelfstandig verder kan of meer uitdaging krijgt. Waar dat meerwaarde heeft, willen we leerlingen ook over de grenzen van de eigen groep heen kunnen laten werken. Die manier van organiseren bouwen we de komende jaren verder uit.

Daarbij kijken we niet alleen naar wat een kind op een bepaald moment presteert, maar ook naar de ontwikkeling die het doormaakt. De vraag is voor ons steeds: wat heeft dit kind nodig om binnen het gezamenlijke onderwijs verder te kunnen?

 

Lees meer: ‘De groep als thuisbasis’

 

Kinderen leren niet alleen van de leerkracht, maar ook met en van elkaar. Op school maken zij deel uit van een groep. Daar leren ze samenwerken en luisteren, maar ook rekening houden met verschillen, hulp geven en ontvangen en ontdekken dat hun eigen gedrag invloed heeft op anderen.

Daarom zien we de groep niet alleen als een handige manier om onderwijs te organiseren. De groep is zelf ook een plaats waar kinderen leren en gevormd worden. Natuurlijk zijn er momenten waarop een kind zelfstandig werkt of individuele aandacht krijgt. Maar ook dan blijft het onderdeel van een groter geheel.

Dat heeft voor ons een diepere betekenis. Vanuit onze christelijke identiteit zien we ieder kind als uniek, maar nooit als iemand die alleen voor zichzelf leeft. We zijn aan elkaar gegeven en dragen verantwoordelijkheid voor elkaar. Zo leren kinderen dat hun ontwikkeling er niet alleen voor henzelf toe doet, maar ook betekenis heeft voor de mensen om hen heen.

 

Lees meer: ‘De groep als thuisbasis’

 

Een leerplein is voor ons meer dan extra ruimte buiten het klaslokaal. Het helpt ons om het onderwijs flexibeler te organiseren. De eigen groep blijft daarbij een vertrouwde thuisbasis, maar leerlingen kunnen waar dat zinvol is ook op een andere plek instructie krijgen, oefenen, zelfstandig werken of met anderen samenwerken.

Die manier van werken willen we de komende jaren verder ontwikkelen. Ons nieuwe schoolgebouw is daar bewust op ontworpen. Straks liggen steeds vier lokalen rondom een gezamenlijk leerplein en vormen deze groepen samen een unit. Door de brede verbinding tussen lokalen en leerplein kunnen leerkrachten en onderwijsassistenten gemakkelijker samenwerken en kunnen leerlingen waar nodig flexibel worden gegroepeerd.

Dat betekent niet dat leerlingen straks voortdurend door elkaar heen werken of zelf bepalen waar zij zijn. Duidelijke afspraken, rust en leiding blijven belangrijk. Flexibel organiseren betekent voor ons niet minder structuur, maar de beschikbare mensen en ruimtes doelgerichter inzetten voor het onderwijs dat kinderen nodig hebben.

 

Lees meer: ‘Onze visie krijgt ruimte in het nieuwe gebouw’

Nee. De leerkracht bepaalt wat kinderen moeten leren, geeft richting en stelt duidelijke kaders.

Met eigenaarschap bedoelen we vooral dat kinderen leren verantwoordelijkheid te dragen. Dat begint bij jonge kinderen bijvoorbeeld met zorgvuldig omgaan met materialen, een taak uitvoeren of hulp leren vragen. Oudere kinderen kunnen steeds meer leren plannen, feedback gebruiken en keuzes maken binnen gestelde kaders.

Onder leiding van volwassenen leren kinderen steeds meer dragen wat hun wordt toevertrouwd. Daarbij leren zij ook steeds meer onderscheiden wat goed is en daarnaar handelen. Die verantwoordelijkheid betreft hun leren, hun gedrag en hun bijdrage aan de gemeenschap.

 

Lees meer: ‘Groeien in verantwoordelijkheid’

 

Zicht op ontwikkeling

We willen dat kinderen steeds beter begrijpen wat zij leren en waarin zij zich ontwikkelen. Daarom kijken we in ons onderwijs bewust naar de leerdoelen: wat willen we dat kinderen kennen, kunnen en ontwikkelen? Een methode helpt ons daarbij, maar is niet het doel op zichzelf. De leerkracht kijkt naar de doelen, naar wat leerlingen al beheersen en naar wat nodig is om een volgende stap te zetten.

We vinden het daarnaast belangrijk om ontwikkeling niet alleen zichtbaar te maken in toetsresultaten. In een portfolio kunnen ook werk, feedback en andere voorbeelden van ontwikkeling een plaats krijgen. Zo ontstaat gaandeweg een breder beeld van wat een kind heeft geleerd en waarin het is gegroeid.

Het portfolio kan ook een rol spelen in de gesprekken die we met kinderen voeren. Samen terugkijken op werk en ontwikkeling helpt een leerling om te zien wat al lukt, waaraan is gewerkt en wat een volgende stap kan zijn. Zo krijgen leerdoelen, feedback en kindgesprekken meer samenhang.

Ook voor ouders willen we de ontwikkeling van hun kind zo inzichtelijk mogelijk maken. Naast resultaten willen we laten zien wat een kind leert, welke ontwikkeling het doormaakt en waar het verder aan werkt.

 

Lees meer: ‘Doelgericht en flexibel leren’

 

Toetsen blijven belangrijk. Ze helpen ons om te zien wat een kind beheerst en waar nog extra aandacht nodig is. We willen alleen voorkomen dat een toets vooral het eindpunt van het leren wordt. De uitkomsten moeten ons juist helpen bepalen wat een goede volgende stap is.

Daarom kijken we gedurende het hele leerproces naar de ontwikkeling van kinderen. De leerkracht observeert, bespreekt het werk, geeft feedback en gebruikt toetsen om het onderwijs waar nodig bij te sturen. Kinderen leren daarbij ook zelf steeds beter zien wat al lukt en waaraan zij nog moeten werken.

Naast toetsresultaten kijkt de leerkracht naar de ontwikkeling die een kind doormaakt en naar wat het nodig heeft om verder te leren. We volgen resultaten zorgvuldig en gebruiken die informatie om het onderwijs waar nodig bij te sturen.

 

Lees meer: ‘Doelgericht en flexibel leren’

 

We vinden het belangrijk om niet alleen over kinderen te spreken, maar ook met hen. Daarom voeren we op verschillende momenten in het schooljaar kindgesprekken. De leerkracht neemt dan bewust de tijd om met leerlingen stil te staan bij hun ontwikkeling.

Tijdens zo’n gesprek kijken leerlingen samen met de leerkracht terug en vooruit. Wat gaat goed? Wat vind je lastig? Wat zou je willen oefenen of ontwikkelen? Daarbij gaat het niet alleen over leerresultaten, maar bijvoorbeeld ook over samenwerken, doorzetten, omgaan met anderen of verantwoordelijkheid nemen. Zo helpt het gesprek de leerkracht om een kind beter te begrijpen en krijgt de leerling woorden voor zijn of haar eigen ontwikkeling.

De gesprekken staan niet op zichzelf. Wat besproken wordt, krijgt waar mogelijk een vervolg in de groep en kan ook een plaats krijgen in het portfolio. Zo verbinden we gesprek, dagelijkse praktijk en ontwikkeling met elkaar. Wat in zo’n gesprek naar voren komt, kan de leerkracht vervolgens meenemen in de begeleiding en in het dagelijks onderwijs.

 

Lees meer: ‘Doelgericht en flexibel leren’

 

Onderwijs in de praktijk

Ja. Thematisch werken betekent voor ons niet dat kinderen zelf maar op ontdekking gaan of dat kennis minder belangrijk wordt. Kennis vormt juist de basis om de wereld steeds beter te kunnen begrijpen. De leerkracht geeft daarom gerichte uitleg, vertelt, draagt kennis over en zorgt voor een duidelijke opbouw.

Binnen ons thematisch onderwijs brengen we verschillende vakgebieden vervolgens met elkaar in verband. Kinderen verwerken wat zij geleerd hebben door bijvoorbeeld samen te werken, onderzoek te doen, vragen te stellen of iets te ontwerpen en presenteren. Zo leren zij kennis niet alleen onthouden, maar ook verbanden zien en het geleerde toepassen.

Dat past bij onze christelijke visie. De wereld om ons heen bestaat niet uit losse onderdelen, maar is Gods schepping waarin veel met elkaar samenhangt. Thematisch onderwijs kan kinderen helpen die samenhang te ontdekken en zich daarover te verwonderen.

Kinderen krijgen eerst de kennis en het houvast die zij nodig hebben en leren die vervolgens gebruiken om verbanden te zien, vragen te stellen en verder te onderzoeken.

 

Lees meer: ‘Doelgericht en flexibel leren’

 

Het één sluit het ander niet uit. Juist voor jonge kinderen is spel een belangrijke manier van leren. In betekenisvol spel ontwikkelen kinderen bijvoorbeeld hun taal, rekenvaardigheid, motoriek, samenspel en probleemoplossend vermogen. Spelen is daarom niet iets wat gebeurt als het ‘echte leren’ klaar is, maar vormt een belangrijk onderdeel van ons onderwijs aan jonge kinderen.

Dat betekent niet dat we kinderen alleen maar laten spelen. De leerkracht heeft een belangrijke rol: zij observeert, stelt vragen, voegt nieuwe woorden en kennis toe en verrijkt het spel. Daarnaast bieden we ook gerichte, korte instructie aan wanneer bepaalde kennis of vaardigheden daarom vragen, bijvoorbeeld bij beginnende geletterdheid en gecijferdheid.

We willen daarbij aansluiten bij de manier waarop jonge kinderen zich ontwikkelen. Zij leren veel door te doen, te ervaren, na te bootsen en zich te verwonderen.

De leerkracht weet wat zij wil stimuleren en kiest daarbij vormen die passen bij de manier waarop jonge kinderen leren.

 

Lees meer: ‘Leren in en van de werkelijkheid’

 

Digitale middelen horen bij de wereld waarin kinderen opgroeien en kunnen het onderwijs ondersteunen. Toch kiezen we niet automatisch voor een computer of tablet als iets ook op een andere manier kan. We vragen ons steeds af: welk middel helpt kinderen op dit moment het beste om te leren?

Soms heeft een digitaal middel duidelijke meerwaarde, bijvoorbeeld doordat leerlingen gericht kunnen oefenen of informatie kunnen verwerken. Op andere momenten kiezen we bewust voor een boek, papier, concreet materiaal of een echte ervaring. Ook de ontmoeting tussen leerkracht en leerling en tussen leerlingen onderling vinden we belangrijk. Technologie mag die ontmoeting ondersteunen, maar niet vervangen.

Daarnaast willen we kinderen leren om verstandig en verantwoordelijk met digitale media om te gaan. Digitale geletterdheid en mediawijsheid horen daarom eveneens bij ons onderwijs.

Het middel volgt bij ons de onderwijskeuze, niet andersom. Soms is dat digitaal, soms juist papier, maar liefst een boek, concreet materiaal of een echte ervaring.

 

Lees meer: ‘Leren in en van de werkelijkheid’

 

Samen verder

Ouders en school hebben ieder een eigen verantwoordelijkheid, maar staan rondom hetzelfde kind. Ouders kennen hun kind als geen ander en dragen de eerste verantwoordelijkheid voor de opvoeding. De school heeft vanuit haar opdracht en deskundigheid de verantwoordelijkheid voor goed onderwijs en de begeleiding van leerlingen op school.

Daarom vinden we een goede samenwerking met ouders belangrijk. We willen elkaar informeren, naar elkaar luisteren en waar nodig samen zoeken naar wat een kind helpt om te leren en zich te ontwikkelen. Dat vraagt om wederzijds vertrouwen, open communicatie en respect voor ieders rol.

Die samenwerking is voor ons meer dan alleen contact wanneer er iets niet goed gaat. We willen ouders betrekken bij de ontwikkeling van hun kind en bij het leven van de school. Zo vormen gezin en school met elkaar een belangrijke omgeving waarin kinderen mogen opgroeien. Wanneer ouders en school elkaar weten te vinden en ieder hun eigen verantwoordelijkheid nemen, geeft dat kinderen duidelijkheid en vertrouwen.

 

Lees meer: ‘Van thuis naar een steeds grotere wereld’

 

Ja. We begrijpen de vraag: als we op De Bornput bewust kiezen voor bijvoorbeeld thematisch werken, leerpleinen en groeiende verantwoordelijkheid, is de overstap naar het voortgezet onderwijs dan niet groot?

Een goede voorbereiding betekent voor ons niet dat groep 8 alvast zoveel mogelijk op de brugklas moet lijken. We zorgen allereerst voor een stevige basis in kennis en vaardigheden. Kinderen krijgen duidelijke instructie, oefenen zelfstandig en worden zorgvuldig gevolgd in hun ontwikkeling.

Tegelijk bereiden we hen breder voor. In het voortgezet onderwijs moeten leerlingen steeds meer zelf plannen, verantwoordelijkheid dragen, samenwerken, omgaan met feedback en hulp vragen wanneer dat nodig is. Juist daarom leren kinderen bij ons, passend bij hun leeftijd en ontwikkeling, steeds zelfstandiger te functioneren.

Onderwijs mag passen bij de leeftijd van een kind. Bij de overstap moeten kinderen beschikken over voldoende kennis en vaardigheden. Daarnaast hebben ze geleerd om steeds zelfstandiger te werken, verantwoordelijkheid te dragen en hulp te vragen wanneer dat nodig is.

 

Lees meer: ‘Vernieuwen vanuit wat we willen behouden’